maandag 6 januari 2014

Review: The Wolf of Wall Street



Met Leonardo DiCaprio, Jonah Hill, Margot Robbie, Kyle Chandler, Matthew McConaughey

Regie: Martin Scorsese

Al sinds het zien van de eerste trailer, afgelopen jaar, keek ik met plezier uit naar deze nieuwe Martin Scorsese film. De trailer, onder de begeleiding van het energieke nummer Black Skinhead van Kanye West is geweldig. In twee minuten werd het ene na het andere hilarische moment getoond. Het drie uur durende resultaat doet die eerste trailer eer aan. Dit is zo’n film die van begin tot eind hilarisch blijft en entertaint.




                                                                  (Martin Scorsese)

Scorsese kreeg in 2007 een welverdiende oscar voor zijn film The Departed. Hoewel hij in het verleden geweldig films had gemaakt, keek ik ook uit naar zijn toekomstige films. Tussen The Departed en The Wolf of Wall Street maakte hij twee speelfilms; Shutter Island (eveneens met Dicaprio) en Hugo. Hoewel ik Shutter Island nog wel kon waarderen, was het vooral Hugo die mij tegenviel. Die film was een ode aan de cinema aan het begin van de twintigste eeuw. Hoewel de film technisch prachtig in elkaar zat, werd het verhaal op een zware toon vertelt, waardoor het een saaie zit werd. Echter wordt de film wel alom gewaardeerd door critici.

In The Wolf of Wall Street maken we kennis met een jonge Jordan Belfort (DiCaprio) die het eind jaren 80 wil gaan maken op Wall Street. Hij wordt aangenomen en krijgt het meteen zwaar te verduren van zijn supervisor. Een andere supervisor, Mark Hanna (een fantastische McConaughey), stelt hem gerust en neemt de jonge Belfort onder zijn hoede. Tijdens een lunch vertelt Hanna hem een aantal kneepjes van het vak en dat laat een grote indruk achter bij Belfort. Zijn Wall Street avontuur blijkt echter van korte duur als hij al vrij snel ontslagen wordt. Hierna gaat hij van start bij een klein bureau dat waardeloze aandelen verkoopt aan de gemiddelde burger. Hier weet Belfort zich te ontpoppen tot een meesterleugenaar die zijn klanten al zijn kul laat geloven. Binnen een korte tijd verdient hij al meer geld dan hij had kunnen dromen.
In het proces komt hij Donnie Azoff (Hill) tegen, die graag met hem wilt samenwerken. Samen kopen ze een oude garage op en beginnen hun eigen onderneming. Al gauw groeit het bedrijf en verdienen ze bakken met geld, en dat is nog maar het begin.



    (Jonah Hill als Donnie Azoff)

Belfort is gelukkig getrouwd met zijn jeugdliefde, echter wanneer de verleidelijke Naomi in beeld komt, loopt zijn huwelijk op de klippen en trouwt daarna met deze begeerlijke jonge dame. Naarmate het geld blijft doorgroeien, weet Belfort niet meer waar hij met al dat geld naar toe moet. Tegen die tijd is hij allang verslaafd aan een cocktail van drugs, hoeren en macht. Ondertussen loopt er ook een zaak bij de FBI om hem aan te klagen.

Zoals gezegd in het begin van deze review, is The Wolf of Wall Street een constant, hilarische film met geweldige acteerprestaties. Naast de hoofdrolspelers, schieten ook regisseur/acteur Rob Reiner (als Belforts vader) en Jon Bernthal (vooral bekend als Shane uit The Walking Dead) er bovenuit. Vooral Bernthal doet in zijn rol denken aan een jonge Rober DeNiro, wat volgens mij geen toeval is.
Verder is een scene met een 15 jaar oud medicijn naar mijn mening de beste manier om de lachspieren te stimuleren. Het effect wordt zolang uitgetrokken, dat je het gevoel hebt dat je naar een aflevering van Family Guy aan het kijken bent.



(Margot Robbie, Leonardo DiCaprio en Martin Scorsese op de set)

Uiteindelijk komt het erop neer dat deze film laat zien dat Martin Scorsese nog steeds in bloedvorm is. Daarnaast is het naar mijn mening, aan de hand van de dialogen, vrouwelijk bloot en humor, een echte mannenfilm. DiCaprio levert met deze film één van zijn beste rollen af en Jonah Hill laat zien dat hij meer kan dan alleen de komiek zijn (hoewel hij de meeste hilariteit met zich meebrengt).  
Mijn enige kritiekpunten zijn dat de film gemakkelijk een half uur korter had kunnen, omdat enkele scenes op elkaar lijken en in het proces niets nieuws brengen in het verhaal. Daarnaast doen enkele plotlijnen denken andere films, zoals Wall Street, Goodfellas en Blow. Maar los daarvan zijn dit de drie meest vermakelijke uren die ik in lange tijd in de bioscoop heb meegemaakt.


4,5 uit 5


dinsdag 15 oktober 2013

Work...Out




Ken je dat gevoel? Je weet dat je maandagmorgen vroeg moet opstaan. Natuurlijk ben je op zondag weer te laat naar bed gegaan. Dit is het nadeel van het weekend. Ook al slaap je twee dagen in de week langer uit, je voelt de hele werkweek de naweeën van het weekend. Maandag is daar het ergste voorbeeld van. Hoeveel koffie je ook drinkt -zelfs dubbele espresso’s- helpt gewoon niet meer. Immuun voor koffie, velen zullen het ontkennen, maar als je langer dan drie jaar vast werk hebt, dan ken je het gevoel. De koffie is één ding, maar er is iets veel ergers. Het meest vervelende object dat van je ochtend een levende hel maakt: De Wekker. Ik heb in de loop van die drie jaren op verschillende locaties geslapen, maar altijd is er diezelfde wekkertoon. Zelfs die keer dat ik bij een jongedame –wiens naam mij ontschoten is- had overnacht, ze had een zeer uitgebreid mobieltje en zei; “Ik zet de wekker wel op de telefoon.”
Gelukkig dacht ik, het ergste dat kan gebeuren is dat ik met Lady Gaga wakker wordt. Maar nee, ik had toch weer pech. Ook met super functionele bluetooth, wap, wip en wat nog, was er nog steeds die verveelde zeurtoon. Je zou liegen als je zegt dat die irritante toon je niet bekend voorkomt. Het lijkt wel een patent van de wekkerfabrikant om iedereen wakker te maken met geluiden die zelfs tijdens de holocaust verboden waren. Na hierover nagedacht te hebben, wil ik eigenlijk nooit meer een wekker zetten…



Ik zit in een heerlijke droom. Samantha, de secretaresse, staat bij mijn tafel. Ze stelt mij een aantal vragen, die echter niet van belang zijn. Haar witte blouse heeft een mooie inkijk en haar DD decolleté hopt van links naar rechts. Ergens in de verte begint iets te zoemen, het geluid komt me helaas bekend voor. Toch wel apart dat de ene helft van je lichaam je een prettige gevoel geeft en de andere helft het vervelende gevoel moet opvangen. Na een korte strijd winnen de geprikkelde hersenencellen het toch van het stijgend dekbed.
Mijn ogen voelen plakkerig aan en vaag zie ik de rode display die “7:00” aangeeft. Voor veel mensen is het getal 7 een geluksgetal, voor mij is het de hel. Terwijl ik de wekker wil ontdoen van het vreselijke geluid, merk ik dat ik op mijn arm heb geslapen. Heb je dat al eens geprobeerd? Iets uitzetten terwijl je hele arm slaapt. Erger nog, probeer eens iets te doen met een slapende arm. Het duurt ongeveer twintig seconden dat het bloed weer terugstroomt in mijn arm. Mijn vriendin begint kreunend wakker te worden en vraagt me geïrriteerd, of ik de wekker uit wil zetten. Ik houd mijn mond en tel rustig tot tien en laat dan mijn hand op de wekker vallen. Het geval naast me kreunt opnieuw en draait zich weer om. Ik had beter met haar kunnen gaan samenwonen na haar studie. De helft van de tijd hangt ze maar wat rond in huis. Maar ja, wat doe je eraan? De liefde...



Vreselijk, ik heb een vervelende kater. Ik had echt gedacht dat alcohol goed was om in slaap te komen. Een kater kan ik echt niet gebruiken, vandaag hebben we functioneringsgesprekken op het werk. Konden ze nou echt geen andere dag van de week uitzoeken?
Het licht op de badkamer knippert spastisch. Het is al de derde lamp in twee weken, ergens moet iets mis zijn met de elektriciteit. Het toilet ruikt niet zo fris meer, gele urinevlekken worden zichtbaar terwijl ik de wc-bril optil en in het hoekje liggen twee opgedroogde tampons. Ik vind het best erg en onhygiënisch, maar ik moet zo werken, geen tijd om dit te poetsen.
Een korte, koude douche maakt het geheel nog erger. Snap niet dat er mensen zijn die kunnen zeggen dat dit de ultieme manier is om wakker te worden. Wat is mis met jullie? Mijn haren drogen voor geen meter en die goedkope gel die zij heeft gekocht helpt ook niet. Hopelijk is mijn favoriete witte hemd wel gestreken.
Ik loop naar de logeerkamer, waar de strijkplank blijkbaar al een tijdje niet meer wordt gebruikt. Een uitpuilende mand met ongestreken was kijkt me treurig aan. Als een gek begin ik door de kledingstukken te zwemmen. Dit kan niet waar zijn. Waar is in godsnaam dat shirt? In de hoek van de kamer hoor ik het gemiauw van onze poes Snuf. Oh nee, nee! Ja, oh ja, Snuf ligt met haar volle glorie te snorren op mijn shirt. Ik trek het onder haar vandaan en bekijk het kritisch; dikke rode kattenharen, pisvlekken en wat modder. Zonder uit te barsten, leg ik het shirt weer terug bij Snuf en aai het beest over haar bolletje, zij kan daar nauwelijks iets aan doen. Ik maak de klerenkast open, in de hoop dat er nog ergens een gestreken object te vinden is. Ik moet het doen met een lelijk, fel blauw hemd met een soort golvend motief. In combinatie met de blauwe spijkerbroek die ik heb aangetrokken lijk ik wel een Smurf. Mijn horloge geeft kwart voor acht aan. Geen tijd meer om me nog om te kleden, ik zal het ermee moeten doen.



Ik kus mijn vriendin, voor zover dat mogelijk is. Ze is helemaal onder de deken gekropen. Een paar van haar haren blijven aan mijn mond plakken, nog erger dan die van de poes. Ik vraag haar of ze iets aan het huishouden wilt doen. Een kort “Hmm” komt vanonder de deken vandaan. Op dit punt kan “hmm” van alles betekenen: “Ja lieverd, alles is schoon als je thuis komt” óf “bekijk het maar!” Ik zet mijn geld op de tweede optie.



De krant hangt nog half in de brievenbus. Ik heb de krantenjongen al twee keer aangesproken om deze volledig door te duwen. Want vooral nu in de wintermaanden komt de kou naar binnen en dat is niet prettig als je net onder de douche vandaan komt. Ik neem de krant uit de brievenbus en lees snel door de belangrijkste krantenkoppen; Economie crisis, oorlog her en der, bel 0900-1234 als je geil bent. Eigenlijk is de krant een herhaling van zichzelf, elke dag zetten ze dezelfde onderwerpen erin. Maar ik heb ze toch nodig, voor de kattenbak. Grappig, onze poes schijt op de crisis, hoe banaal.



Dan is er nog de koffie. Er is tijd voor een paar slokken goedkope oploskoffie en twee happen van een boterham met kaas. Typisch Nederlands, je weet nooit wat je op je brood moet doen, dus het wordt automatisch –behalve als je lijd aan lactose-intolerantie- kaas. Gelukkig dat ik er maar tien minuten over doe om naar mijn werk te rijden.
Buiten vriest het een paar graden. Voor mijn deur staat mijn Opel Kadett. Het is elke ochtend weer een gok of hij zal starten. Handchoke naar achteren –het is een oude auto- koppeling in de twee, op hoop van zege de sleutel draaien… Ja! Hij start in één keer! Nu in de vrij zetten, en naar buiten lopen om de ramen schoon te krassen. De vooruit en de linkse ruit zijn voldoende. Terug in de auto wordt ik begroet door The Best Of van Wham, een cassette bandje dat al meer dan een jaar vast zit in de speler. Na honderden luisterbeurten is “Wake me up before you gogo” eigenlijk het beste nummer ooit gemaakt.
Net op het punt dat ik wil wegrijden, komt mijn buurman naar buiten gelopen. Hij zit al twee jaar in de Werkeloosheid Wet en minstens één keer per week weet hij me in de morgen tegen te houden, altijd als ik wil wegrijden. Hij heeft meestal een vraag of hij iets mag lenen. Vandaag is het een pannenset. Geen idee waarom mensen geen pannenset in huis zouden hebben, maar ik vraag er niet na. In plaats daarvan geef ik hem aan dat hij beter kan aanbellen en het aan mijn vriendin kan vragen, die weet dat wel. En zo sla ik twee vliegen in één klap. Ik ben van de buurman af en zij moet nu noodgedwongen opstaan. Liggen blijven kan ze niet, de drang om te weten wie er voor de deur staat is te groot voor haar.



Lachend rij ik mijn dorp uit, richting de snelweg. Het is best mistig buiten en ik moet goed turen of ik wel op de goede helft van de weg zit. In dit weer rij je maximaal 80 kilometer per uur. Voor mij rijdt een Volkswagen Polo, met een bumpersticker die zegt; Ik hou van 25 km/pu in mijn dorp. Dat is prima, maar dat moet je niet doen op de snelweg! “Ga dan in je kut dorp rijden!” Schreeuw ik in de auto. Het kakkermoedertje dat achter het stuur van de paarse wagen zit zal me zeker niet horen, al doet het goed om even te schreeuwen. Ik rij haar voorbij en maak een vriendelijk handgebaar. Haar gezicht is rood uitgeslagen en lijkt erop dat ze hard aan het huilen is. Op de bijrijder stoel is alleen een lege Maxi-Cosi te zien. Ik denk er niet over na en rij verder.



Het bedrijf heeft een overdekte parking. Terwijl ik mijn pasje langs de scanner laat gaan, gebeurt er vrij weinig, de poort blijft dicht. Is de sensor wellicht kapot gevroren? Achter mij staan vier andere auto’s klaar en zo te zien raakt de persoon achter mij ligt geïrriteerd. Gelukkig kun je op een knopje drukken zodat een baliemedewerkster de poort handmatig kan open maken. Een krakerige stem komt uit de intercom; ‘Goedemorgen.’
‘Mijn pasje werkt niet, kun je de poort voor mij openmaken?’
Een lange zucht volgt en de poort gaat open. Terwijl ik de parking inrij, kijk ik nog even in de achteruitspiegel. De chauffeur achter mij heeft het zelfde probleem. Ik heb medelijden voor de persoon die vandaag baliedienst heeft.
Het gebouw huist verschillende bedrijven, dus ik weet niet van wie alle auto’s zijn. Ergens wil ik het wel weten, want in mijn favoriete hoek zijn nog twee plaatsen vrij, die door de parkeerkunsten van twee idioten volledig zijn geblokkeerd. Zwaar geïrriteerd rij ik naar de andere kant van de parking en vind een plek naast een grote jeep. Ik kijk op mijn horloge. Het is al twee minuten over half negen. Geweldig. Luie vriendin, vreselijk shirt, klote krantenjongen, irritante buurman, paarse polo, slechte parking en nu ook nog eens te laat op het werk en dat allemaal juist nu er functioneringsgesprekken zijn. Halleluja.



Eindelijk aangekomen bij mijn afdeling zit Samantha aan de balie, ze speelt met haar nagellak. Ze heeft nooit tijd om dit thuis te doen. Ze zit te dicht met haar neus bij het potje. Die geur kan hersenletsel als gevolg hebben, al is het voor haar te laat. ‘Goedemorgen Samantha.’ Ze kijkt mijn met haar luie oog aan en blijft me aankijken zonder een woord te zeggen. Ik ben het gewend. Niet dat ze lelijk is, het luie oog is gewoon het eerste dat je opvalt als je haar aankijkt, maar aangezien negen van de tien keer mannen eerst in haar decolleté kijken, dan valt het niet zo op. Volgens mij heeft ze al zoveel penissen ertussen gehad dat er ooit iemand vroegtijdig en te hard heeft geëjaculeerd, heb je ook al meteen een oorzaak voor haar luie oog. Terwijl ik doorloop heb ik het gevoel dat het oog me blijft volgen. Het is gewoon eng.



Wij –daarmee bedoel ik de callcenter medewerkers- werken in hokjes, of cubicles zoals ze in Amerika genoemd worden. Aangezien wij in dit land steeds meer van de Amerikaanse mentaliteit overnemen, kun je het ook bij ons cubicles noemen. Op deze werkvloer werken vijftig callcentermedewerkers. Mijn hok heet 11. Buurman van hok 13 heeft mijn computer al aangezet. Hij weet wat het is om te laat te komen. Als je computer niet aanstaat en de baas staat naast je, dan zwaait er wat. Ik bedank hem, en hij laat me weten dat de baas, Rick, al langs is gelopen. Fijn, dan zal ik zo dadelijk wel een email krijgen. Tsjakka! Hij staat al in mijn mailbox. “Richard, als je dit leest, kom dan naar mijn kantoor.”
De toch naar het kantoor van de chef voelt altijd lang. Het geeft je hetzelfde gevoel als je door het ziekenhuis loopt terwijl een dierbaar iemand op sterven ligt.
Rick Generaal staat er met mooie zwarte letters op de deur. Gepaste naam voor een baas, De Generaal. Als iemand dit zegt op de werkvloer, dan mag hij of zij vertrekken. Door het wit getinte glas zie ik zijn schim door de kamer lopen. Het lijkt wel of die schim horens op zijn hoofd heeft. Twee van die dikke horens waar de duivel nog jaloers op zou zijn. In deze wereld staat De Generaal staat boven de duivel.



Ik klop voorzichtig op de deur. Hoor geen bevestigend antwoord, dus ik verwacht dat ik naar binnen kan lopen. De Generaal is inmiddels achter zijn bureau gaan zitten, en tikt ongeïnspireerd op zijn toetsenbord.
‘Je wilde me spreken?’ Hij zegt niets. Alleen een handgebaar wijst erop dat ik plaats moet nemen op de stoel tegenover hem. Ik wil beginnen met mijn verhaal, maar krijg een ander handgebaar dat zegt dat hij nog met iets belangrijks bezig is. Hij is zeker zijn vriendin via de chat aan het uitleggen hoe ze de DVD recorder moet bedienen.
Na vijf minuten door de kamer hebben gestaard, richt hij eindelijk zijn blik tot mij. Hoewel hij een jaar jonger is dan mij, hijgt hij als een nijlpaard, dat met moeite de trap is opgelopen.
‘Je weet dat er vandaag functioneringsgesprekken zijn?’
Ik houd mijn adem in en knik voorzichtig mijn hoofd. Het zweet loopt over mijn rug. Het gaat gebeuren, ik word ontslagen. Nog voordat hij aan zijn nieuwe zin kan beginnen, gaat de deur met een knal open.
In de deuropening staat een bekend gezicht. De vrouw die ik een half uur geleden voorbij was gereden. Ze huilt nog steeds. In haar hand houd ze een envelop vast.
‘Wie is ze?’ Vraagt ze furieus. De Generaal ziet er op dit moment niet blij uit. Hij gebaard mij om de ruimte te verlaten, een bom staat op het punt te ontploffen. Terwijl ik naar buiten loop, zegt hij nog: ‘Functioneringsgesprekken worden uitgesteld.’

Opgelucht loop ik terug naar mijn hok. De dag is weer zoals hij hoort te zijn, voorspelbaar en irritant, maar op één of andere ziekelijke manier accepteer ik dit lot graag. Het vaste stramien, de zekerheid en middelmatigheid. Ze stellen me in staat de persoon te zijn die ik wil zijn, de zeurpiet, want zonder zou ik me kaal en leeg voelen. Ik kijk al uit naar de halfgare maaltijd van mijn vriendin, de slechte maandagavond film en het potje drie minuten seks. Alleen die wekkertoon, daar mogen ze wel wat aan doen.

donderdag 15 augustus 2013

Karmijn

Ze zei:
Schrijf een liedje voor mij
maak me blij
met je vleierij
Ik zei :
Je bent wel gek
liefdesliedjes zijn niet meer in trek
hier heb je wat crack
We zeiden:
Wat een mooie kleuren
bloemengeuren en steuren in het water
later werd later
schuimbekken, schuimpje trekken
kan ons het verrekken
Hij zei:
Rigor Mortis
het is wat het is
tijd van overlijden
niet te vermijden
De rest zei:
Wat een zonden
zo jong ter gronden
ach ja,
tijd heelt alle wonden

maandag 12 augustus 2013

Caramel

De waarheid zit verborgen
In de successen
In onze zorgen
Het zoekt een weg naar buiten
We zijn allemaal op zoek naar een manier
Een manier om het te uiten
Op zoek naar de passie die ons drijft
De horizon is steeds verder weg
Als je nu niet de kans grijpt
Dan heb je vette pech ...
Laat je gevoel spreken
Vind je ware ik
Negeer andermans preken

woensdag 24 juli 2013

5 leuke android games



Ik ben geen grote tabletgamer. Het is vooral leuk om tussen de bedrijven door de tablet te pakken en wat casual games te spelen, vooral nu in de zomer periode.

Hier volgen een vijftal spelletjes die de batterij van mijn tablet al meerdere malen hebben leeg-gesnoept:


5. Shiny the firefly ( Headup games)


Met een naam als Shiny trek je niet echt de aandacht, maar het spel is zeer vermakelijk. Daarnaast ziet het er ook visueel ook nog eens goed uit. Het doel is om Shiny door levels te loodsen en onderweg dien je ook nog eens kleine baby vuurvliegjes te redden. Met een simpele besturing en veel variërende levels is Shiny een leuk spel voor jong en oud.

4. Osmos HD ( Hemisphere games)

 
Je bent een klein organisme dat andere kleinere deeltjes dient te absorberen. Doel van het spel is het grootste organisme te worden. Spel begint vrij gemakkelijk maar al snel wordt je kundigheid en snelheid getest. Daarnaast bevat dit spel een rustgevende soundtrack die met een headset op volledig tot zijn recht komt.

3. The Bard’s Tale (InXile Entertainment)
 

De omvang van The Bard’s Tale is geweldig. Het ziet er grafisch uit als een PC-game en is een lange vermakelijke ervaring. Dit is echter wel het soort spel dat veel van je tablet vraagt en snel je batterij leeg vreet. De gameplay werkt goed en wie van humoristische dialogen houd zit bij dit spel al helemaal goed. Het is een must voor iedere RPG-fan, maar zorg wel dat je een krachtige tablet hebt.  

2. Ski Safari (Defiant Development)
 

Op het eerste oog lijkt Ski Safari een simpel spel, dat is het eigenlijk ook. Ook hier is het vooral veel op je scherm tappen en je reactievermogen testen. Het leuke aan Ski Safari is de constante uitdagingen die geleverd worden. Elk nu spel bied nieuwe opties en uitdagingen en het zet je ertoe om steeds verder proberen te komen. De setting: Een lawine komt achter je aan en je moet die zolang mogelijk voorblijven. Om snelheid te maken maak je gebruik van pinguïns, yeti ’s, adelaars en sneeuwscooters. Een echte aanrader.

1. 10000000 (EightyEightGames)


Oftewel “Ten Million”. Dat is het aantal punten dat je dient te behalen in dit spel. Toen ik het begon te spelen was ik niet meteen verkocht. Ik wist niet precies wat met te wachten stond bij dit spel. Ik dacht dat het weer de zoveelste match 3 game was. Gelukkig had ik het mis! Zodra je dit spel onder de knie krijgt en begint met upgraden wordt het ware uitputtingsslag om het einde te halen. Je karakter zit vast in een kerker en heeft tien miljoen punten nodig om vrij te komen. Deze verdien je om door lange gangen te lopen in combinatie met het vernietigen van vijanden en het openen van schatkisten en deuren. Op de onderkant van het scherm verschijnen blokken met wapens, hout, steen, goud en sleutels. Door deze tactisch met elkaar te combineren bevecht je karakter de vijanden en kisten en deuren geopend. Elke keer als je een te sterke vijand tegenkomt, wordt je weer terug naar je kerker gestuurd. In de kerker krijg je de mogelijkheid om met je ervaringspunten en het hout, steen en goud te gebruiken voor upgrades. Op deze manier word je geleidelijk aan sterker. Het spel ziet uit als een oud 8-bit spel met eveneens muziek uit die tijd. Enige nadeel is dat het voor mijn gevoel iets te snel uit te spelen is.

Veel speelplezier!


 

woensdag 29 mei 2013

A Mighty Wind (2003) Review




Land: Amerika

Met: Christopher Guest, Catharine O’Hara, Eugene Levy, Parker Posey, Michael McKean, Harry Shearer, Fred Willard en vele andere.

Regie: Christopher Guest

Kan een nepdocumentaire over folkmuziek grappig zijn?

Reünie

Na het overlijden van Irving Steinbloom, een bekende manager van folkbandjes in de jaren 60, besluit zijn zoon een reünie te organiseren van drie bands die door zijn vader werden gemanaged. Het gaat om het trio The Folksmen, het duo Mitch en Mickey en het negenkoppig tellende The New Mainstreet Singers (waarvan er nog maar één origineel lid van over is).
We volgen de bands in de twee weken voordat het reünieconcert plaatsvind. Al gauw wordt er duidelijk dat er flink wat werk aan de winkel is.
De film is gefilmd in het zogeheten mockumentary stijl en de acteurs spelen hun rollen met verve, je gaat echt denken dat je naar een documentaire aan het kijken bent. De humor komt vooral van de dialogen die gevoerd worden. Het script, geschreven door Guest en Levy, zit vol met verwijzingen naar folkmuziek en geven ruimte om  de acteurs ingetogen, maar grappig uit de hoek komen.


Hilarisch
De meeste acteurs die aan deze film hebben meegewerkt, hebben hun strepen al ruimschoots verdiend in het komediecircuit. Maar de acteur die mij het meeste verraste was Eugene Levy (o.a. de vader uit American Pie). Vaak vind ik hem niet grappig in zijn rollen, echter in deze film weet hij je van het begin af aan de slappe lach te bezorgen. Hij speelt de depressieve Mitch, die na het succes in de jaren 60 volledig de diepte is ingezakt. Hij is onberekenbaar en als hij praat komen de worden traag en breekbaar uit zijn mond. Het knappe is dat je voor dit karakter, naarmate de film vordert, sympathie voor gaat opwekken en hij raakt ook nog een gevoelige snaar. Een knappe prestatie.
Een ander acteur die mij aan het lachen bracht was Fred Willard (De president in Wall-E). Van het moment dat hij in beeld komt moet je al lachen. Het leuke aan die man is dat hij in elke rol zo heerlijk overdreven enthousiast overkomt en constant een lach op zijn gezicht draagt. 


 

 

Muziek

Naast alle grappen grollen is er natuurlijk ook nog de muziek. Het knappe is dat de acteurs zelf de liedjes bedacht hebben voor deze film. Ze klinken lekker in het gehoor en zijn doorspekt met grappige en aanstekelijke teksten. Je merkt dat er met veel liefde aan dit project gewerkt is. Het is natuurlijk ook te verwachten als je na gaat dat een groot deel van dit team ook verantwoordelijk was voor This is Spinal Tap, een soortgelijke nepdocumentaire, maar dan over een rockband met flink wat problemen.
Aan het eind van de film passeren een deel van de liedjes de revue tijdens het reünieconcert. Tegen die tijd klinken de nummers je al zo bekend, dat het lijk dat ze daadwerkelijk in de jaren 60 uitgebracht zijn.


Conclusie

Voor mensen die genoten hebben van eerder genoemde film “This is Spinal Tap” is ook A Mighty Wind een absolute aanrader. De humor is aanstekelijk en satirisch en de groep acteurs laat de bands echt tot leven komen. Regisseur/acteur Christopher Guest heeft zich gespecialiseerd in he maken van dit soort “Mockumentaries”. Dit bewees hij ook met de films Waiting for Guffman, Best in Show en For your Consideration. Deze producties werden gemaakt met grotendeels dezelfde groep mensen. Dus als dit soort films je aanspreken, dan zal je heel veel plezier beleven aan deze ode aan de folkmuziek.

4/5
 
 

maandag 27 mei 2013

Red Hill (2010) Review




Land: Australië

Met : Ryan Kwanten, Steve Bisley, Tommy Lewis en Claire van der Boom
Regie: Patrick Hughes

Een agent van de grote stad trekt naar het platteland om een rustige omgeving te vinden voor hemzelf en zijn hoogzwangere vrouw. Deze rust blijkt voor korte duur te zijn.


 
 
Aankomst

Een origineel plot hoef je bij Red Hill niet te verwachten. Het volgt ongeveer hetzelfde pad als High Plains Drifter, Rio Bravo, Assault on Precinct 13 en de pas uitgebrachte Schwarzenegger comebackfilm: The Last Stand.
De jonge agent Shane Cooper (Ryan Kwanten uit True Blood) is samen met zijn hoogzwangere vrouw Alice Cooper (inderdaad, een leuke naamspeling) aangekomen in Red Hill. Het stel heeft nog niet eens tijd om al hun spullen uit te pakken of Shane is al op weg naar het politiebureau voor zijn eerste werkdag. Bij het politiebureau maakt hij kennis met de luie sergeant Barlow, die hem naar de plaatselijke kerk stuurt waar de sheriff een toespraak houd.  Deze sheriff, Old Bill, laat al meteen merken dat hij niet zo blij is met de komst van deze nieuweling en geeft hem meteen simpele klusjes om op te lossen.

Red Hill

Het stadje Red Hill ziet eruit als een stadje dat je mag verwachten in het oude wilde westen, met authentieke winkeltjes en weinig mensen op straat. Om eerlijk te zijn is er geen hond op straat en lijkt het stadje meer op een soort Silent Hill dan een Red Hill. De enige echte grote meute aan mensen zijn aanwezig in de kerk.




De rust voorbij


Een bericht op de lokale nieuwszender zorgt ervoor dat de gemoedelijke sfeer binnen het politiekorps in één klap omslaat. Een crimineel, die jaren daarvoor in Red Hill zijn vrouw en een politieagent had vermoord blijkt ontsnapt te zijn. Old Bill is er zeker van dat deze Jimmy (met een vreselijk verbrand gezicht) terugkomt naar Red Hill. Hij roept al zijn mensen op plus nog wat mannen uit de stad om zich voor te bereiden. Want deze Jimmy blijkt een goede spoorzoeker te zijn en is een geraffineerde moordenaar.

Wat volgt is een lange nacht met veel actie en suspense. Jimmy heeft als doel om iedereen die hem tegenwerkt uit de weg te ruimen en de verse agent Cooper leert een vreselijke geschiedenis kennen die het stadje als jarenlang met zich mee draagt.

Conslusie:

Red Hill is een kleine film die het beste maakt van haar budget. Het plot is simpel, maar weet gaande weg toch te verrassen met een aantal wendingen. In het begin voelt de film erg luchtig en komisch, op het moment dat de Bad Guy in de stad arriveert wordt de film grimmiger en bloederiger. Af en toe gebeuren er dingen die niet echt logisch zijn, echter kun je deze paar momenten voor lief nemen. Het acteerwerk is ook prima, met Kwanten als een rechtvaardige politieagent en acteur Tommy Lewis geeft een griezelig portret af als de zwijgende moordenaar. Wat je uiteindelijk overhoud is een goed onderhouden film die fans van westerns en actiefilms zeker zal aanspreken.

3/5