donderdag 15 augustus 2013

Karmijn

Ze zei:
Schrijf een liedje voor mij
maak me blij
met je vleierij
Ik zei :
Je bent wel gek
liefdesliedjes zijn niet meer in trek
hier heb je wat crack
We zeiden:
Wat een mooie kleuren
bloemengeuren en steuren in het water
later werd later
schuimbekken, schuimpje trekken
kan ons het verrekken
Hij zei:
Rigor Mortis
het is wat het is
tijd van overlijden
niet te vermijden
De rest zei:
Wat een zonden
zo jong ter gronden
ach ja,
tijd heelt alle wonden

maandag 12 augustus 2013

Caramel

De waarheid zit verborgen
In de successen
In onze zorgen
Het zoekt een weg naar buiten
We zijn allemaal op zoek naar een manier
Een manier om het te uiten
Op zoek naar de passie die ons drijft
De horizon is steeds verder weg
Als je nu niet de kans grijpt
Dan heb je vette pech ...
Laat je gevoel spreken
Vind je ware ik
Negeer andermans preken

woensdag 24 juli 2013

5 leuke android games



Ik ben geen grote tabletgamer. Het is vooral leuk om tussen de bedrijven door de tablet te pakken en wat casual games te spelen, vooral nu in de zomer periode.

Hier volgen een vijftal spelletjes die de batterij van mijn tablet al meerdere malen hebben leeg-gesnoept:


5. Shiny the firefly ( Headup games)


Met een naam als Shiny trek je niet echt de aandacht, maar het spel is zeer vermakelijk. Daarnaast ziet het er ook visueel ook nog eens goed uit. Het doel is om Shiny door levels te loodsen en onderweg dien je ook nog eens kleine baby vuurvliegjes te redden. Met een simpele besturing en veel variërende levels is Shiny een leuk spel voor jong en oud.

4. Osmos HD ( Hemisphere games)

 
Je bent een klein organisme dat andere kleinere deeltjes dient te absorberen. Doel van het spel is het grootste organisme te worden. Spel begint vrij gemakkelijk maar al snel wordt je kundigheid en snelheid getest. Daarnaast bevat dit spel een rustgevende soundtrack die met een headset op volledig tot zijn recht komt.

3. The Bard’s Tale (InXile Entertainment)
 

De omvang van The Bard’s Tale is geweldig. Het ziet er grafisch uit als een PC-game en is een lange vermakelijke ervaring. Dit is echter wel het soort spel dat veel van je tablet vraagt en snel je batterij leeg vreet. De gameplay werkt goed en wie van humoristische dialogen houd zit bij dit spel al helemaal goed. Het is een must voor iedere RPG-fan, maar zorg wel dat je een krachtige tablet hebt.  

2. Ski Safari (Defiant Development)
 

Op het eerste oog lijkt Ski Safari een simpel spel, dat is het eigenlijk ook. Ook hier is het vooral veel op je scherm tappen en je reactievermogen testen. Het leuke aan Ski Safari is de constante uitdagingen die geleverd worden. Elk nu spel bied nieuwe opties en uitdagingen en het zet je ertoe om steeds verder proberen te komen. De setting: Een lawine komt achter je aan en je moet die zolang mogelijk voorblijven. Om snelheid te maken maak je gebruik van pinguïns, yeti ’s, adelaars en sneeuwscooters. Een echte aanrader.

1. 10000000 (EightyEightGames)


Oftewel “Ten Million”. Dat is het aantal punten dat je dient te behalen in dit spel. Toen ik het begon te spelen was ik niet meteen verkocht. Ik wist niet precies wat met te wachten stond bij dit spel. Ik dacht dat het weer de zoveelste match 3 game was. Gelukkig had ik het mis! Zodra je dit spel onder de knie krijgt en begint met upgraden wordt het ware uitputtingsslag om het einde te halen. Je karakter zit vast in een kerker en heeft tien miljoen punten nodig om vrij te komen. Deze verdien je om door lange gangen te lopen in combinatie met het vernietigen van vijanden en het openen van schatkisten en deuren. Op de onderkant van het scherm verschijnen blokken met wapens, hout, steen, goud en sleutels. Door deze tactisch met elkaar te combineren bevecht je karakter de vijanden en kisten en deuren geopend. Elke keer als je een te sterke vijand tegenkomt, wordt je weer terug naar je kerker gestuurd. In de kerker krijg je de mogelijkheid om met je ervaringspunten en het hout, steen en goud te gebruiken voor upgrades. Op deze manier word je geleidelijk aan sterker. Het spel ziet uit als een oud 8-bit spel met eveneens muziek uit die tijd. Enige nadeel is dat het voor mijn gevoel iets te snel uit te spelen is.

Veel speelplezier!


 

woensdag 29 mei 2013

A Mighty Wind (2003) Review




Land: Amerika

Met: Christopher Guest, Catharine O’Hara, Eugene Levy, Parker Posey, Michael McKean, Harry Shearer, Fred Willard en vele andere.

Regie: Christopher Guest

Kan een nepdocumentaire over folkmuziek grappig zijn?

Reünie

Na het overlijden van Irving Steinbloom, een bekende manager van folkbandjes in de jaren 60, besluit zijn zoon een reünie te organiseren van drie bands die door zijn vader werden gemanaged. Het gaat om het trio The Folksmen, het duo Mitch en Mickey en het negenkoppig tellende The New Mainstreet Singers (waarvan er nog maar één origineel lid van over is).
We volgen de bands in de twee weken voordat het reünieconcert plaatsvind. Al gauw wordt er duidelijk dat er flink wat werk aan de winkel is.
De film is gefilmd in het zogeheten mockumentary stijl en de acteurs spelen hun rollen met verve, je gaat echt denken dat je naar een documentaire aan het kijken bent. De humor komt vooral van de dialogen die gevoerd worden. Het script, geschreven door Guest en Levy, zit vol met verwijzingen naar folkmuziek en geven ruimte om  de acteurs ingetogen, maar grappig uit de hoek komen.


Hilarisch
De meeste acteurs die aan deze film hebben meegewerkt, hebben hun strepen al ruimschoots verdiend in het komediecircuit. Maar de acteur die mij het meeste verraste was Eugene Levy (o.a. de vader uit American Pie). Vaak vind ik hem niet grappig in zijn rollen, echter in deze film weet hij je van het begin af aan de slappe lach te bezorgen. Hij speelt de depressieve Mitch, die na het succes in de jaren 60 volledig de diepte is ingezakt. Hij is onberekenbaar en als hij praat komen de worden traag en breekbaar uit zijn mond. Het knappe is dat je voor dit karakter, naarmate de film vordert, sympathie voor gaat opwekken en hij raakt ook nog een gevoelige snaar. Een knappe prestatie.
Een ander acteur die mij aan het lachen bracht was Fred Willard (De president in Wall-E). Van het moment dat hij in beeld komt moet je al lachen. Het leuke aan die man is dat hij in elke rol zo heerlijk overdreven enthousiast overkomt en constant een lach op zijn gezicht draagt. 


 

 

Muziek

Naast alle grappen grollen is er natuurlijk ook nog de muziek. Het knappe is dat de acteurs zelf de liedjes bedacht hebben voor deze film. Ze klinken lekker in het gehoor en zijn doorspekt met grappige en aanstekelijke teksten. Je merkt dat er met veel liefde aan dit project gewerkt is. Het is natuurlijk ook te verwachten als je na gaat dat een groot deel van dit team ook verantwoordelijk was voor This is Spinal Tap, een soortgelijke nepdocumentaire, maar dan over een rockband met flink wat problemen.
Aan het eind van de film passeren een deel van de liedjes de revue tijdens het reünieconcert. Tegen die tijd klinken de nummers je al zo bekend, dat het lijk dat ze daadwerkelijk in de jaren 60 uitgebracht zijn.


Conclusie

Voor mensen die genoten hebben van eerder genoemde film “This is Spinal Tap” is ook A Mighty Wind een absolute aanrader. De humor is aanstekelijk en satirisch en de groep acteurs laat de bands echt tot leven komen. Regisseur/acteur Christopher Guest heeft zich gespecialiseerd in he maken van dit soort “Mockumentaries”. Dit bewees hij ook met de films Waiting for Guffman, Best in Show en For your Consideration. Deze producties werden gemaakt met grotendeels dezelfde groep mensen. Dus als dit soort films je aanspreken, dan zal je heel veel plezier beleven aan deze ode aan de folkmuziek.

4/5
 
 

maandag 27 mei 2013

Red Hill (2010) Review




Land: Australië

Met : Ryan Kwanten, Steve Bisley, Tommy Lewis en Claire van der Boom
Regie: Patrick Hughes

Een agent van de grote stad trekt naar het platteland om een rustige omgeving te vinden voor hemzelf en zijn hoogzwangere vrouw. Deze rust blijkt voor korte duur te zijn.


 
 
Aankomst

Een origineel plot hoef je bij Red Hill niet te verwachten. Het volgt ongeveer hetzelfde pad als High Plains Drifter, Rio Bravo, Assault on Precinct 13 en de pas uitgebrachte Schwarzenegger comebackfilm: The Last Stand.
De jonge agent Shane Cooper (Ryan Kwanten uit True Blood) is samen met zijn hoogzwangere vrouw Alice Cooper (inderdaad, een leuke naamspeling) aangekomen in Red Hill. Het stel heeft nog niet eens tijd om al hun spullen uit te pakken of Shane is al op weg naar het politiebureau voor zijn eerste werkdag. Bij het politiebureau maakt hij kennis met de luie sergeant Barlow, die hem naar de plaatselijke kerk stuurt waar de sheriff een toespraak houd.  Deze sheriff, Old Bill, laat al meteen merken dat hij niet zo blij is met de komst van deze nieuweling en geeft hem meteen simpele klusjes om op te lossen.

Red Hill

Het stadje Red Hill ziet eruit als een stadje dat je mag verwachten in het oude wilde westen, met authentieke winkeltjes en weinig mensen op straat. Om eerlijk te zijn is er geen hond op straat en lijkt het stadje meer op een soort Silent Hill dan een Red Hill. De enige echte grote meute aan mensen zijn aanwezig in de kerk.




De rust voorbij


Een bericht op de lokale nieuwszender zorgt ervoor dat de gemoedelijke sfeer binnen het politiekorps in één klap omslaat. Een crimineel, die jaren daarvoor in Red Hill zijn vrouw en een politieagent had vermoord blijkt ontsnapt te zijn. Old Bill is er zeker van dat deze Jimmy (met een vreselijk verbrand gezicht) terugkomt naar Red Hill. Hij roept al zijn mensen op plus nog wat mannen uit de stad om zich voor te bereiden. Want deze Jimmy blijkt een goede spoorzoeker te zijn en is een geraffineerde moordenaar.

Wat volgt is een lange nacht met veel actie en suspense. Jimmy heeft als doel om iedereen die hem tegenwerkt uit de weg te ruimen en de verse agent Cooper leert een vreselijke geschiedenis kennen die het stadje als jarenlang met zich mee draagt.

Conslusie:

Red Hill is een kleine film die het beste maakt van haar budget. Het plot is simpel, maar weet gaande weg toch te verrassen met een aantal wendingen. In het begin voelt de film erg luchtig en komisch, op het moment dat de Bad Guy in de stad arriveert wordt de film grimmiger en bloederiger. Af en toe gebeuren er dingen die niet echt logisch zijn, echter kun je deze paar momenten voor lief nemen. Het acteerwerk is ook prima, met Kwanten als een rechtvaardige politieagent en acteur Tommy Lewis geeft een griezelig portret af als de zwijgende moordenaar. Wat je uiteindelijk overhoud is een goed onderhouden film die fans van westerns en actiefilms zeker zal aanspreken.

3/5

 




zondag 14 april 2013

Bioshock Infinite Review (360)


 
 
 
Is een mooi vormgegeven nieuwe wereld voldoende om onze avonturen in Rapture te laten vergeten?

Columbia

Het antwoord op die vraag is nee. Maar Bioshock infinite laat met een stad in de lucht zien dat een andere setting een zeer frisse wind is. Eigenlijk wel een goede en gewaagde keuze van de makers. Net als in het eerste deel start je bij een vuurtoren. Deze keer ga je niet onderwater, maar de lucht in. Het jaar is 1912.
Bij aankomst kom je al meteen in een kerk terecht en wordt het al snel duidelijk dat je in een wereld bevindt waar religie hoog in het vaandel staat.
De introductie van de vliegende stad Columbia is spectaculair. Het eerste uur van het spel geeft je de ruimte om de sfeer volledig in je op te nemen. Zo doet alles zich rooskleurig aan en dankzij alle kermisattracties en muziek kun je bijna de suikerspinnen en popcorn proeven. Dit is ook meteen één van de sterkste punten van het spel. Al merk je snel dat het meeste van wat je meemaakt “in het script staat”. Zo zullen interacties met andere karakters alleen plaatsvinden als het spel daarvoor de optie geeft. De meeste inwoners van Columbia hebben misschien drie vaste zinnen en staan er een beetje stijfjes bij. Dit had ik wat uitgebreider willen zien.

The False Shepard

Als Booker DeWitt ben je opzoek naar een vrouw. Reden is het afbetalen van een schuld. Verder kom je niet veel meer te weten. Totdat je erachter komt dat er in Columbia een soort sekteleider, genaamd Comstock alias The Prophet, de dienst uitmaakt. Daarnaast merk je dat Columbia niet het vredeliefde oord is wat je in eerste instantie had gedacht. Zo blijkt de ideologie van de inwoners nog vastteklampen aan die van de Amerikaanse burgeroorlog en is slavernij en racisme nog steeds intact. Hier kom je dan ook vroeg in het spel achter als je een executie van interraciaal koppel wilt voorkomen. Door deze actie wordt je meteen aangezien als The False Shepard, de valse herder, de onruststoker. Dit geeft je een excuus om meteen aan de actie deel te nemen. Je wordt beschoten door politieagenten en start er een pad van destructie.

Wapens en Vigors

Het eerste wapens dat je bezit is de Sky-Hook, deze is handig voor handgevechten. Tevens kun je hem gebruiken om je vast te maken aan Sky-lines die door heel Columbia te vinden zijn. Via Sky-lines kun je je op een snelle manier verplaatsen naar andere locaties, een zeer coole manier van transport, die ook nog eens handig is bij de vele gevechten. Vuurwapens zijn er in alle soorten en maten. Van pistolen, machinegeweren, shotguns, bommenwerpers enz. Elk wapen heeft zijn eigen voor en nadelen, maar ik merkte dat ik meestal dezelfde wapens gebruikte. Je kunt tijdens het spel maar twee wapens meenemen, dus je kiest vaak het meest effectieve wapen, in mijn geval het machinegeweer.

Naast de Vuurwapens heb je net als in de voorafgaande delen de mogelijkheid om speciale krachten te gebruiken, Vigors genaamd. In totaal zijn er 8 verschillende Vigors. Al vond ik ze niet erg origineel. Je hebt weer de mogelijkheid om elektriciteit, water, vuur en wind te gebruiken. De twee leukste Vigors zijn “Possession” en “Murder of Crows”. Bij Possession heb je de mogelijkheid om vijanden over te nemen en voor je te laten vechten. Murder of Crows stuurt een meute kraaien op je aanvallers af zodat je zo zonder moeite kan neerknallen. Tijdens het spel heb je de mogelijkheid om je wapens en Vigors te upgraden. Door het grote arsenaal aan wapens moet je keuze maken welke wapens je upgrade, want je krijgt ze niet allemaal tot het maximale. Hetzelfde geld voor de Vigors. Als je net zoals ik een paar favoriete krachten gebruikt, is het upgraden van de andere Vigors niet echt van toepassing.
In het spel vind je regelmatig ook nog verschillende soorten Uitrustingen, die je krachtiger maken.  

Elizabeth

Het algemene doel van het spel is het vinden van een vrouw genaamd Elizabeth. Zij is degene die garant staat voor het afbetalen van je schuld. Hoe en wat zal ik hier niet te ver op ingaan. Wat je weet is dat Elizabeth zit opgesloten in een toren en dat je haar daaruit moet redden.  Nadat je haar gevonden hebt wordt zij voor de rest van het spel je kompaan. Ze is een volledig uitgewerkt karakter en ook het beste onderdeel van het spel. Elizabeth helpt je met het openen van deuren, zoekt met je mee naar geld/ammunitie/Vigors en heeft de mogelijkheid om zogenoemde scheuren (tears, in het spel) te openen. Deze scheuren zijn een kijkje in een alternatief universum. Door het gebruik van deze “tears” kan zij onderdelen die niet aanwezig zijn in de huidige wereld, uit een andere wereld halen. Meestal resulteert dat in ammunitie of muren om achter te schuilen tijdens vuurgevechten. Elizabeth zal je nooit in de weg lopen en heeft zeer regelmatig gesprekken met je. Naast alle andere karakters in het spel is zij wel het meest levendig.

Gameplay

Hoe mooi vormgegeven een spel kan zijn, alles staat en valt bij de gameplay. Hier heb ik enkele kritiekpunten. Het gebruik van de wapens voelt niet altijd lekker. In het Shooter-genre maak ik graag gebruik van de inzoommogelijkheden. Alhoewel aanwezig, het inzomen met de wapens resulteerde meestal in een slechter zicht dan als ik met het gewone vizier schoot, misschien op de Sniper-rifle na gebruikte ik het bijna nooit.
Een ander punt zijn de gevechten, die op grote schaal plaatsvinden. In het begin vond ik ze spannend en sprankelend. Het gebruik van de Sky-Line tijdens een gevecht gaf me een ware adrenaline boost.
 
Naarmate het spel vorderde begonnen deze gevechten mij te irriteren. Je kan na een tijdje precies op twee vingers aftellen wanneer er een gevecht gaat plaatsvinden. Tegen het einde aan zijn er zelfs momenten dat het een ware uitputtingsslag begon te worden, waar ik serieuze overwegingen had om het spel niet meer verder te spelen. Er komt een eindbaas die je het bloed onder de nagels vandaan haalt en heeft ook nog eens het lef om drie keer terug te komen, dat is gewoon overkill. Het gebruik van Vigors maken de gevechten dan weer wat leuker door ze te combineren heb je toch nog wat variatie mee.

Conclusie

Het sterkste punt van dit spel is zoals vele al aangeven, het verhaal. Wat je krijgt voorgeschoteld is geen gemakkelijke kost, maar het geeft wel ruimte tot denken. Iets wat niet vaak voorkomt in een computerspel. Er zijn zelfs veel bioscoopfilms die niet zo diep durven te gaan. Maar ook hier, hoe complex en verbazingwekkend het verhaal ook mag zijn, als je gaat terugdenken, komen zoveel continuïteitproblemen en onlogische plotwendingen naar boven, dat je gaat denken dat ze het juist zo complex hebben gemaakt om hun eigen tekortkomingen te verdoezelen.
Maar over het geheel genomen is Bioshock Infinite een prachtige game. Als je de eerste twee delen goed vond, dan is dit zeker een aanrader. Ik vind het alleen jammer dat het spel op dit moment zo overdreven gehypet wordt. Het is een solide game geworden, die je zeer zeker 10 tot 15 uurtjes plezier kan geven, maar er zitten iets teveel onregelmatigheden in om het een perfecte game te noemen.





Score:
7 uit 10
 


 

zondag 7 april 2013

De Laatste Troef (een kort horrorverhaal)


‘Er is geld te halen, daar in dat huis. Ik ben zeker er van!’ Robert schepte graag op tegenover zijn kompanen. Een groepje mannen van middelbare leeftijd die elkaar ongeveer een jaar geleden hadden ontmoet in het dorpscafé. Lotgenoten van de financiële crisis, dit groepje van vier kwam elke maandag bij elkaar bij café de Blauwe Ridder. Ze dronken dan een aantal pilsjes, speelden wat potjes kwajongen en klaagden over hun gedwongen ontslagen en te lage WW-uitkeringen. Anton, Frank, Paul en Robert, ze zaten allemaal al minstens ander halfjaar in een uitkeringssituatie. De mannen gaven alles en iedereen de schuld, de regering, de bedrijven, de crisis.
Evelyn, de jonge barmedewerkster, zette vier nieuwe glazen bier bij de heren op de tafel. Anton, Frank en Paul keken haar na terwijl Robert recht voor hun neuzen met zijn vingers knipte. ‘Heren opletten, ik was bezig met iets te vertellen.’ Anton die met zijn slome blik als eerste regeerde, was geërgerd. ‘Het is een vrouw van ver in de tachtig, vind je het niet een beetje zielig om een oud dametje te beroven?’ Frank en Paul durfden niets te zeggen, ze wachtte rustig de reactie van Robert af.
‘Wat wil je anders? Een bank beroven? Ik weet niet of je het nieuws hebt gevolgd, maar de banken hebben ook geen geld meer. Die oude mensjes hebben fortuinen in hun huis liggen. Daarnaast zijn ze altijd verzekerd tot en met. Als je er mee zit dan wil ik gerust alleen voor het geld gaan en niet voor de sieraden.’
‘Sieraden ja, bejaarden hebben alleen emotionele waarde. Geld kan vervangen worden.’
Robert knikt. ‘Dank je wel Paul voor je heldere inbreng. Zie je Anton, zo kan het ook.’ Anton keek beledigd naar beneden en nam een slokje van zijn bier. ‘Wat doen we met haar? Bedreigen we haar? Binden we haar vast? Een hartaanval uitlokken vind ik ook zo zielig voor zo’n mens.’ Frank was de jongste van het stel en zijn twijfelachtige karakter bracht wat oproer in het gezelschap. Robert, die duidelijk de leiding had legde zijn hand op Frank’s schouder. ‘Als we geluk hebben worden we niet eens met haar geconfronteerd. Ik heb het huis geobserveerd en zie daar nooit beweging. De rolluiken zijn constant dicht en rond negen uur schijnt er kort een licht op de eerste verdieping, daarna blijft het donker. Ik ken het patroon en die vrouw gaat elke dag stipt om negen uur naar bed. Wat zeggen jullie ervan? Doen?’
Het bleef even stil totdat Paul voorzichtig “ja” knikte, hierna knikten ook de hoofden van Frank en Anton. ‘Goed,’ Robert wreef in zijn handen en legde een briefje van twintig op de tafel, ‘dan laten we gaan.’
‘Wat, nu?’ Klonk er in koor.
‘Ja, het is nu half tien, dus een mooiere kans bestaat er niet. Durven jullie niet meer?’
De drie mannen knikten weer en hielden hun mond. Ze zeiden gedag tegen Evelyn en gingen richting het landhuis van mevrouw van der Meer.

Het huis lag twee kilometer buiten het dorp langs een verlaten weg. Volgens Robert een ideaal huis om te beroven. Het leek alsof hij deze avond tot in de details had uitgewerkt, hij had een koevoet, vier zaklantaarns en eveneens vier skimutsen in de auto liggen. Anton’s muts ging niet volledig over zijn bolle kop en nam genoegen met een stuk tot aan de wenkbrauwen. Hij had mevrouw van der Meer nooit gezien, dus ze zou hem ook niet herkennen. Ze besloten de skimutsen niet te gebruiken. De rolluiken waren inderdaad dicht en er was nergens licht te bekennen. De vier mannen liepen over het grindpad naast het huis richting de achterdeur. Frank hield zijn hand voor het hoofd keek naar binnen. ‘Ik zie geen steek.’ Paul scheen met zijn zaklantaarn naar binnen en zag een berg aan vuile afwas staan. ‘Weet je zeker dat hier iemand woont?’ Het lijkt wel of er een jaar niet meer is afwassen.’
‘Misschien krijgt ze wel elke dag tafeltje dekje.’
‘Dat zou best eens kunnen Anton. Maar we zijn niet hier om de reinheid van dit huis te beoordelen. We zoeken het geld en dan gaan we weer naar buiten, snel en simpel.’ Roberts’ orders waren duidelijk. Hij zette de koevoet tussen de deur en het slot, met één beweging kraakte de deur open. Het hout brokkelde naar beneden, het was alsof deze deur al jaren rot was en ook zonder koevoet geopend kon worden. ‘Zouden al vaker mensen hebben ingebroken?’ vroeg Frank zich af. ‘Het lijkt wel of deze deur al tientallen keren is opengebroken.’
‘Shhh,’ zei Robert vel en maakte een beweging om naar binnen te gaan. Met Robert voorop achtervolgden de mannen hem zo geruisloos mogelijk. Vanuit de keuken kwamen ze terecht in een grote hal. Aan de andere kant van de hal bevond zich de woonkamer en eetkamer. Rechtdoor onder de trappen door was een grote privé bibliotheek. De trappen leidde naar de bovenverdieping en er was nog een kelderdeur, deze bevond zich naast de ingang van de keuken. ‘Ok, het makkelijkste lijkt me om ons op te splitsen, zo kunnen we in een korte tijd de meeste delen van het huis doorzoeken.’
‘Hoelang ben je hier al mee bezig geweest Robert? Het lijkt wel of je alle stappen al weet.’
‘Stil nou Anton. Als ik iets van plan ben dan zorg ik ervoor dat ik niet voor verrassingen kom te staan.’ Robert fluisterde voorzichtig in de hoop dat mevrouw van der Meer niet wakker zou worden. ‘Anton, jij neemt de eetkamer, met jouw postuur lijkt me dat toepasselijk.’ Anton kon er niet om lachen. Frank begin je op de bovenverdieping. Vermijd alleen de laatste deur aan de linkerkant, dat is de slaapkamer.’ Frank knikte instemmend. ‘Paul, de kelder.’
‘Nee, dat meen je niet. Ik hou niet van vochtige plekken.’
‘Daarom dat je al drie maanden geen seks meer gehad.’
‘Hou je mond Anton! Goed, ik doe de kelder wel.’
Robert knikte tevreden. ‘Ik doe de bibliotheek, mochten jullie iets gevonden hebben of klaar zijn met zoeken dan komen jullie naar mij toe.’ De drie mannen gaven ieder een sein af dat ze het begrepen hadden en gingen naar hun aangewezen bestemmingen.

Frank zag zijn vrienden ieder een deur nemen en verdwenen naar een andere ruimte. Hij was als enige nog aanwezig in de hal. Voorzichtig liep hij de trap omhoog. Deze was bekleed met een oude rode stof. Een ander soort stof bevond zich op de trapleuning, zeker een dikke lang van een paar centimeter. ‘Geen leuke klus voor een schoonmaakster,’ mompelde Frank in zichzelf. Nog voordat hij de bovenverdieping had bereik hoorde hij een licht gegiechel. Frank kreeg kippenvel. Had hij dat nou goed gehoord? Terwijl hij op de laatste trede stapte hoorde hij het weer. Het leek haast een kinderlijke lach. ‘Ik moet echt stoppen met alcohol drinken.’ Het kwam van de deur rechts van hem. Het kan nooit die oude vrouw zijn, misschien is het wel de wind. Zonder erover na te denken pakte Frank de klink vast en opende voorzichtig de deur.  Hij was verrast door wat hij zag. Een roze kamer met hartjesmotieven en planken vol met porseinen poppen. Frank kreeg de kriebels van hun griezelige witte gezichtjes. In het midden stond een tweepersoonsbed, ook bedolven onder het stof en voorzien van spinnenwebben. Het leek wel een kamer voor een jong meisje. Zonder er eerst echt aandacht hebben te besteed keek Frank naar het bed en zag dat de deken een beetje bol stond. Zag hij daar nou net iets bewegen? Hij benaderde de rand van het bed en merkte op dat er inderdaad beweging onder de deken plaatsvond. Voorzichtig pookte hij met zijn vinger ertegen. ‘Hallo?’ Het gegiechel dat hij op de gang had gehoord kwam duidelijk van onder de deken vandaan. Het klonk als een jong meisje. Verdomme Robert, je zei dat er niemand anders in dit huis aanwezig was. Frank gebruikte zijn meest vriendelijk stem om de persoon niet te laten schrikken. ‘Ik wil je geen pijn doen, wie ben jij? Ik ben Frank.’ De deken ging geleidelijk omhoog en lange zwarte haren kwamen tevoorschijn. Daaronder kwam het gezicht van een poppetje, zo gaaf en ongeschonden. Ze was niet ouder dan vijftien. Frank zag een schoonheid, ze keek hem aan met glinsterende oogjes. ‘Hoi, ik ben Kyra,’ zei ze ondeugend. ‘Dag Kyra, ben je bij je oma op bezoek?’ Ze draaide met haar pink om haar mond en keek in het rond, ‘misschien,’ gevolgd door een lachje. ‘Wil je naast me op bed komen liggen?’ Frank die heel goed het verschil tussen goed en fout wist werd overvallen door een vreemd verlangen. Een onbekende kracht die hem naar het bed leidde. ‘Ga maar liggen, ik bijt niet. Frank ging stijfjes naast Kyra liggen en keek haar met een peinzende blik aan. ‘Dit is niet wie ik ben, vergeef me.’
‘Je hoeft je nergens voor te verontschuldigen.’ Kyra kroop tegen Frank aan. Ze droog een roze nachtgewaad. Met haar rechterhand ontblootte ze subtiel haar linkerborst. Frank had nog nooit zo’n perfecte borst gezien. Mooi rond en afgewerkt met een prachtige tepel. ‘Wil je hem vastpakken? Het mag hoor.’ Frank, die wist dat hij beter zou moeten weten, werd door een mystieke kracht aangetrokken. Hij reikte zijn hand uit en voelde de soepele beweging van Kyra’s borst. ‘Lekker is het niet?’ Kyra bleek ervan te genieten. Frank knikte alleen maar als een opgewonden hond.
Zonder waarschuwing noch zonder enige aanleiding veranderde het prettige gevoel in een onbekend naar gevoel. Frank zag zijn hand en een deel van zijn arm verdwijnen in het lichaam van Kyra. ‘Wat is dit in godsnaam?’ Frank schreeuwde het uit van onbegrip. Hij voelde geen pijn, maar zijn lichaam werd met een sterke kracht steeds verder in dat van Kyra’s gezogen. Kyra’s borstkast scheurde open en Frank zag een zwarte leegte. Geen vlees of bloed, alleen maar een eindeloze zwarte holte. ‘Ik kan er niets aan doen, huilde Kyra, zo gaat het nou altijd.’ Frank keek haar beschuldigend aan, terwijl hij met een onmenselijk kracht de leegte werd en gezogen terwijl hij uiteindelijk verdween. Kyra’s borstkast ging dicht en er waren geen teken dat deze ook open was geweest. Ze liet een diepe zucht en dook weer onder de deken.

De kelder was inderdaad wat Paul ervan verwacht had. Een dompige beerput met bar weinig licht. De ruimte voelde kil aan en ergens in de verte hoorde hij water druppelen. Paul vond iets wat leek op een lichtknop en drukte deze in. Een paar doffe tl-buizen begonnen te knipperen. Het werd er niet echt beter op. De kelder bestond uit drie ruimtes. De eerste ruimte was kaal en er stond alleen een voorraadkast. Door de glazen deuren zag hij een paar blikken bonen staan. Het leek erop dat deze blikken er al lang instonden. De roest begon door het etiket heen te komen en het merk van deze bonen bestond al zeker twintig jaar niet meer. Naast de kast stond een versleten houten tafel en stoel. Op de tafel stonden stenenbeeldjes. Ze hadden een menselijke en dierlijke aard. Niet alle beelden waren afgewerkt. Alsof iemand midden in het proces zijn werkplek voortijdig had verlaten en niet was teruggekeerd. Paul pakte een beeldje vast. Het verbrokkelde in zand het was poreus geworden.  ‘Vreemd.’ Een deur naast de tafel leidde naar de tweede ruimte van de kelder. Aan de flessen en grote houten vaten te zien was dit het wijngedeelte. Paul, die alleen maar twee soorten bier kon, begreep niets van wat op de etiketten stond. 1902.. Dat is oud, dus geld waard. Maar hij zag er geen heil in om al deze wijnflessen mee te slepen. ‘Waar is het echte geld?’ mompelde hij. Terwijl hij de grote vaten bewonderde schrok Paul zich kapot. Een geblaf zorgde ervoor dat hij uit zijn concentratie werd gehaald. Paul draaide zich om en keek naar beneden. Daar stond een schattige Jack Russel te kwispelen. Paul mocht dan niet veel over wijn weten, maar wel over honden. Jack Russels zijn een lief en loyaal ras en deze kleine deugniet leek geen uitzondering te zijn. Meteen viel hij als een blok voor het beestje. ‘Hey daar jongen, wat doe je hier in dit vochtige hol?’ Paul zakte door zijn knieën en aaide hem. Hij keek naar zijn halsband, Rover was zijn naam. Rover blafte opgewonden en liep richting de derde en laatste ruimte van de kelder. ‘Is daar iets wat je me wil laten zien? Heeft het vrouwtje daar al haar schatten verstopt?’ “Woef Woef”, was de reactie van Rover en hij draaide vrolijk in het rond. Paul liep richting de deur en nam de deur knop vast. Deze voelde warm aan, alsof er een oven aan stond. Gelukkig was het niet zo warm dat hij zijn hand verbrandde. Hij opende de deur en wat hij te zien kreeg was totaal niet wat hij verwacht had.
Rover rende voor hem uit. Paul kon nog steeds niet geloven wat hij zag. De vochtige kelder had plaatsgemaakt voor een stukje bosrijk natuur. De zon scheen met een zachte warmte door de hoge bomen. Paul nam een paar stappen op het gazon van bladeren. Hij hoorde een klap achter zich en de deur was verdwenen. Hij raakte niet in paniek, hij was te verrast door de mooie omgeving. ‘Dit kan niet waar zijn. Het lijk wel iets uit een sprookje.’ Rover begon weer te blaffen en Paul volgde hem.
Na ongeveer een kilometer gelopen te hebben kwamen ze aan bij een open ruimte. In het midden stond een grote kei van zeker anderhalve meter hoog.  ‘Nou jongen, dit is echt een prachtige plaats waar je me naar toe hebt gebracht. Rover bleef stil. Paul keek naast zich en zag dat Rover zich langzaam en stilletjes terugtrok. ‘Wat is er aan de hand jongen, ruik je iets. Paul werd bedekt door een schaduw. Hij keek omhoog en zag een grote zwarte wolf bovenop de steen staan. Het beest zag er verwilderd uit en gromde met verrot tandvlees en gele tanden. Het oogwit van de wolf was volledig rooddoorlopen en schuim stond in zijn bek. Paul zette een paar stappen terug en maakte handgebaren om de wolf te kalmeren. Het plan zou zijn om langzaam achteruit te lopen en dan snel proberen weg te komen. Maar Pauls’ plan kreeg geen kans van slagen. Het wolven gegrom werd nu weergegeven in een dobly surround geluid terwijl vier andere wolven zich hadden toegevoegd. Ze dreven Paul naar het midden. Paul had een stok opgeraapt om de wolven weg de jagen, maar dat mocht niet baten. De wolf die op de steen stond, sprong op hem en beet Paul in zijn nek. Hij schreeuwde het uit van de pijn. De andere wolven voegden zich toe en scheurden Paul aan flarden. Rover zat op zijn achterpootjes en keek van een afstand toe.

Er stond iets op hem te wachten. Anton liep de eetkamer binnen en zag dat de volledige eettafel volstond met eten. Eten dat net was klaargemaakt, want het dampte nog na. Hij rook de heerlijke geur van de honing waarmee de kalkoen was klaargemaakt. Om de kalkoen heen stonden kommetjes met verschillende salades en een schaal met aardappels. Anton had de hele avond geen honger gevoeld, maar op dat moment liep het water hem in de mond en knorde zijn maag. Hij liep ongegeneerd naar de maaltijd en ging met zijn wijsvinger door een kannetje met jus. Hij likte zijn vinger af en kreeg een warm gevoel vanbinnen. Zo iets goeds had hij nog nooit geproefd. Hij at jarenlang de half verbrandde  prut van zijn vrouwtje, dit wilde hij niet aan zich voor bij laten gaan. Anton nam plaats aan de eettafel die er schoon uitzag. Het leek erop dat iemand hem net nog geboend had. Met de blote hand trok hij een stuk vlees van de kalkoen los en stopte dit gulzig in zijn mond. Daarna mieterde hij zijn hele bord vol met aardappels en goot het volledige kannetje met jus erover. Hij schrokte als een wild zwijn, één die bang is dat hij te weinig krijgt. Terwijl hij met zijn rechterhand het eten naar binnen werkte greep zijn linkerhand naar een karaf die gevuld was met rode wijn, deze zette hij tussendoor op zijn lippen om het eten sneller te laten zakken. Doordat hij zo hard bezig was om zichzelf tot een coma te eten, had hij het kraken van de tussendeur niet gehoord.
Er galmde een hoge schreeuw door de eetkamer. Anton keek geschrokken op vanuit zijn stoel. In de deuropening stond een oude vrouw. Ze droeg zwarte kleding en een keukenschort. De oude vrouw zag er rimpelig en breekbaar uit. ‘Waar ben je mee bezig?’ schreeuwde ze verontrustend. ‘Ik heb me de hele dag uitgesloofd om voor mijn lieverds te koken.’ Anton keek haar verward aan. ‘Lieverds?’
‘Ja, het is vandaag een speciale dag. Eentje die maar eens in het jaar voorkomt. En jij bent bezig met het ruïneren ervan!’ De oude vrouw leek niet voor rede vatbaar. Anton stond op en liep voorzichtig naar haar toe. ‘Mijn excuses, u ben mevrouw van der Meer niet waar?’ De oude vrouw knikte maar deed een stap achteruit. ‘Ik wil u geen pijn doen. Wat kan ik doen om dit goed te maken?’ Mevrouw van der Meer keek angstig naar Anton, ze vertrouwde hem niet.
Anton voelde een hand op zijn schouder vallen en draaide zich om. Het was Robert. ‘Robert, gelukkig, we hebben een probleem, mevrouw van der Meer hier blijkt klaarwakker te zijn.’
‘Ik begrijp het,’ zei Robert en hij zette een spuit in Antons’ arm. Anton die nog verbaasd probeerde te kijken zakte als een pudding in elkaar.

Nog steeds was de geur van het eten aanwezig. Anton had een verlamd gevoel en kon met moeite zijn ogen openmaken. Hij hoorde het gelach van een kind, het geblaf van een hond en het geroezemoes tussen twee personen. Zijn zicht was wazig en voelde touw om zijn armen en benen. Hij lag op iets hards. Naarmate zijn zicht iets beter begon te worden zag Anton dat hij naar het plafond van de eetkamer staarde. ‘Papa, hij is wakker,’ hoorde hij een stemmetje in de verte zeggen. Stoelen schoven naar achter en Robert kwam naast Anton staan. ‘Hey slaapkop, ben je eindelijk wakker?’
‘Robert, wat is dit? Waar ben je mee bezig?’ vroeg Anton angstig. ‘Heb geen angst beste Anton, het is snel voorbij. Kijk Kyra dit is een goede vriend van papa. Kyra kwam naast Robert staan en droeg nog steeds haar roze pyjama. ‘Hoi, ben Kyra.’ Anton keek van haar weg zonder iets te zeggen. ‘Nou papa, ik vind deze niet aardig. Mag ik met Rover spelen?’
‘Doe maar schat.’ Anton hoorde Kyra weglopen en de naam van Rover roepen. ‘Waarom doe je dit? Ik dacht dat we vrienden waren.’
‘Dat zijn we toch ook, beste Anton. En vrienden doen alles voor elkaar. Frank en Paul hebben hun steentje al bijgedragen, nu jij nog.’
‘Wat heb je met ze gedaan?’
‘Ze leven nog, alleen niet meer in deze wereld.’
‘Niet meer in deze wereld, waar heb je het over?’
‘Wacht, ik laat het je zien.’ Robert liep weg en mevrouw van de Meer nam zijn taak over. Ze ging bij Anton staan en keek hem kalmerend aan. ‘Je moet begrijpen, als er een andere manier was, dan deden we dat. Ik doe dit voor mijn zoon, het maakt hem zo gelukkig en de kleine meid, het wachten is altijd zolang.’
‘Wachten op wat?!’ schreeuwde Anton uit. ‘Daar kom je nu achter’, fluisterde mevrouw van der Meer. Robert pakte een hendel in de muur vast en begon te draaien. Een stuk van het plafond ging open en er kwam een rode lucht tevoorschijn, Anton voelde een flinke warmte ervandaan komen. ‘Wat is dit voor een trucage?’
‘Geen trucage’, riep Robert. Er kwam lawaai vanuit de ruimte in het plafond, het klonk als het geluid van honderden machines. ‘Dit huis is gebouwd op een breuk,’ begon mevrouw van der Meer te vertellen. ‘Een breuk tussen onze wereld en het vagevuur. Het was altijd een passief onderdeel geweest, we wisten niet eens dat het bestond. Maar vijftien jaar geleden, god ruste haar ziel, stierf mijn schoondochter Lisa hier in dit huis in het kraambed. De geboorte van Kyra had complicaties met zich meegebracht, we moesten hulpeloos toekijken hoe onze Lisa liters bloed verloor. Dat bloed bleek de sleutel te zijn waar het huis op zat te wachten. De breuk tussen onze wereld en die van het vagevuur werd geopend en we zagen onze Lisa verdwijnen naar de andere wereld. Voordat ze volledig verdween hadden we een afspraak kunnen maken met de demon die haar meenam. Als wij op haar sterfdag drie offers kunnen maken dan is ze weer van ons, al is het maar voor een nacht.’
Anton kon zijn oren niet geloven. ‘Jullie zijn gek moeten we hiervoor sterven?’ Er kwam geen antwoord van Robert nog van zijn moeder. Een helder licht schoot uit het plafond en een goddelijke verschijning daalde naar beneden. Anton barste in tranen uit. Nog nooit in zijn leven had hij zo een schoonheid gezien. Ze was gekleed in een wit gewaad en had lange blonde haren. Haar blauwe ogen glinsterden als parels en haar gezicht toonde geen tekenen van ouderdom. Ze bereikte Anton en lachte rustgevend naar hem. ‘Wees niet bang,’ zei ze met een zachte stem en kuste hem. Langzaam voelde Anton dat het leven uit hem werd getrokken. Na enkele seconden zag hij niet meer het gave gezicht van Lisa, alleen nog maar een lege zwarte holte.

‘Het is jouw beurt Anton,’ reageerde Frank geïrriteerd. Anton legde harten aas neer en haalde zo genoeg punten binnen om samen met Paul het potje te winnen. ‘Verdomme,’ riep Frank uit. ‘Je let niet eens op maar toch win je weer de pot.’ Anton lachte hartelijk en gaf Paul een high five. Een luidde bel ging af en de vier mannen gingen staan. ‘Zo, de pauze is weer voorbij, terug aan het werk. ‘Wel fijn dat we weer een vierde man hebben gevonden, benadrukte Paul.’ Iedereen knikte. ‘Sorry, ik ben alleen je naam weer vergeten.’ De in zwart geklede man keek op en lachte. Mijn naam is Hein. Maar dankzij mijn postuur noemt iedereen me Magere Hein.’
‘Aangenaam Hein,’ riepen de mannen in koor. ‘Hoe lang werk jij eigenlijk al hier?’ vroeg Anton.
‘Te lang, veels te lang.’ Ze moesten er allemaal om lachen en ze liepen samen terug naar de werkplek, want de machines moesten blijven doordraaien.


Dank voor het lezen van dit verhaal. Uw mening wordt gewardeerd :)

Richard